Het maken van een (branche) werkstuk:

  1. Maak een indeling op papier van je werkstuk
  2. Start Word op
  3. Kies Bestand en dan nieuw
  4. Kies bij Rapporten voor werkstuk
  5. Genereer dat werkstuk.
  6. Type op het voorblad al je gegevens in.
  7. Ga dan naar de eerste blz. van het werkstuk.
  8. Gebruik de Kop 1 opmaak om alle hoofdstuktitels in te geven, gevolgd door een pagina-einde (Control Enter).
  9. Ga weer naar het begin van je werkstuk.
  10. Ga nu naar Invoegen en kies voor paginanummering. Blz. nummers komen (rechts) onderaan, tenzij er een goede reden is hiervan af te wijken.
  11. Ga nu naar Verwijzingen en kies voor een inhoudsopgave.
  12. Voer voor alle blz. een Koptekst in. (invoegen)
  13. Voeg nu met (start) kop 2 en 3 de paragraaftitels in.
  14. Begin eerste zin van elke paragraaf met de “antwoordzin” op de vragen die je in die paragraaf gaat behandelen.
  15. Sla dit bestand op (2x op verschillende locaties) met als titel: branchewerkstuk basisdocument. Ga daarna werken in 1 van de bestanden en sla zodra je begint dit document op als branchewerkstuk en een versie nummer. Sla elke 10 minuten je werkstuk weer op. Op deze manier heb je altijd een document, waar maar weinig tekst/werk verloren kan gaan.
  16. Je past nu makkelijk alle koppen of standaardtekst tegelijk aan door in dat Sjabloon de wijzigingen aan te brengen. Je doet dit natuurlijk volgens de richtlijnen die in de opdracht voor het werkstuk zijn gesteld. En je doet dit pas als je alle tekst hebt geschreven. Dat bespaart tijd.
  17. Je exporteert op deze manier heel makkelijk het werkstuk inclusief opmaak en indeling naar een PowerPoint, een website etc.
  18. Nu kun je aan de slag met het typen en uitwerken van je werkstuk NADAT je alle informatie hebt verzamelt. Deze informatie heb je natuurlijk ook op een gestructureerde manier verzameld.
  19. Voor het maken van grafieken gebruik je Excell.
  20. Gebruik de spellingscontrole, hij is gratis!!!
  21. Als je bij een bedrijf werkt met een huisstijl waarin rood voorkomt, dan zet je het LOGO van jouw bedrijf op de voorkant en zorg je dat de kleur(en) in jouw werkstuk terugkomen.Bijvoorbeeld in de koppen, lijnen, grafieken etc.
  22. Jouw docent is niet blind, en als hij/zij een werkstuk vraagt dat gemaakt is in lettertype 10/12 punts dan gebruik je geen 16 punts lettertype om te verbergen dat je geen inhoud hebt.
  23. Een branchewerkstuk is bedoelt om AL je kennis ten toon te spreiden ook van bijvoorbeeld de marketingkennis, de arbowetten, etc. geleerd bij een ander vak. Beantwoord dus geen vragen met: dat is niet van toepassing als je wel kennis hebt.
  24. Beantwoord ook de vragen over problemen en toekomstverwachtingen die je niet relevant lijken. Geef in ieder geval een verklaring voor waarom dingen ontbreken. Als jij van de directie geen cijfers vrij mag geven, dan STAAT dat in je tekst bij de paragraaf over deze cijfers, dan staat dat NOGMAALS bij de problemen in het onderzoek dat je gedaan hebt en dan staat dat WEER bij de bronvermeldingen.
  25. Als jouw Nederlands niet perfect is, zorg dan dat iemand die wel goed Nederlands schrijft je werkstuk nakijkt voor je het inlevert. Vraag het bijv. jouw docent Nederlands. De branchewerkstukdocent is er niet om NA AFLOOP jouw spellingscontrole uit te voeren. Voor elke minuut die hij/zij daar aan besteed heb je al bijna 1 punt aftrek van je cijfer. Het stoort namelijk bij het lezen.
  26. Als jouw Nederlands niet perfect is dan maak je juist gebruik van de mogelijkheid om de vragen in antwoordvorm te beantwoorden. Dan heb je al de helft van de zin goed kunnen "overschrijven".
  27. Dit startpunt voor je werkstuk hanteren garandeert je geen voldoende en al helemaal geen hoog cijfer. Het geeft je wel een gedegen start en het laat zien dat JIJ het tekstverwerkingsprogramma de baas bent.
  28. Als je dit zo hebt gedegen hebt voorbereid en snel/foutloos kunt uitvoeren, kun je eens overwegen om met de "grote jongens" mee te bluffen dat je in een weekendje een heel werkstuk in elkaar hebt gezet. Beheers je de tekstverwerker en/of Nederlands niet voldoende, begin daar dan niet aan.