Omdat jullie (BE1A en E1A) ook lessen rekenen van mij hebben kon ik kiezen: nog een tweede site openen of aan deze site een page toevoegen waar de rekenfilmpjes en tips voor de komende toets van Meten en Meetkunde op staan. Deze site is echter ook geschikt voor de klassen: V1a, E1b, C1a, E2b, C2b en BC2a. Omdat het onderwerp Meten en Meetkunde een onderwerp is dat echt visueel gemaakt moet worden, heb ik ervoor gekozen bij dit onderwerp de eerste weken met filmpjes te werken,  zodat je kan zien hoe je een geodriehoek gebruikt, figuren kan zien, kan horen hoe de docent denkt bij plaatjes die je ziet, kan zien hoe de stapjes op de trap gezet worden, en ook nog een voorbeeld van referentiematen kan zien.

Wat moet je weten voor de komende toets, de volgende onderwerpen komen aan bod:

  • 2 dimensionale figuren
  • 3 dimensionale figuren
  • Omtrek
  • Oppervlakte
  • Inhoud
  • Gewicht
  • Tijd
  • Temperatuur
  • Tekeningen, Plattegronden en routes


2 DIMENSIONALE FIGUREN

Het begint met het kunnen herkennen van 2 dimensionale figuren en het zelf tekenen met je geodriehoek en je passer van figuren (driehoeken en cirkels).

Hier volgt het filmpje dat we in de eerste les hebben bekeken over hoe je de  geodriehoek gebruikt om een driehoek te tekenen.

De uitleg over hoe je de geodriekhoek gebruikt en dat alle hoeken van een driehoek bij elkaar 180o vormen klopt wel, maar deze meneer moet zijn getallentoets nog even over doen want hij maakt een rekenfout in de uitleg. Weet je nog of je deze fout had gehoord?

OPDRACHT:

Schrijf op wat hij fout doet en hoeveel graden de hoeken van de getekende driehoek dan WEL zijn.



Neem voor de toets ook het schema uit je boek op blz. 32 door.

En vergeet niet in de uitleg op blz 24 tot 28 goed te bekijken hoe je in een tekening aangeeft dat lijnen parallel of evenwijdig zijn.

Na het onderwerp 2 dimensionale figuren, gaan we verder met het herkennen van de 3 DIMENSIONALE FIGUREN.

We hadden hier een filmpje met de verschillende soorten figuren.

Volgens jullie was dat heel makkelijk om de figuren te benoemen maar toch had bijna niemand het volgende antwoord goed.

OPDRACHT:

Dus hier kan je thuis nog best een keer mee oefenen. Je kijkt nog een keer naar het filmpje en zet het telkens even stil zodat je de naam van de figuur die je in beeld ziet kan benoemen. Dan speel je het filmpje verder af om te controleren of je het deze keer beter hebt gedaan dan de eerste keer.



Ook moeten jullie zij/voor/bovenaanzichten van een gebouw/gebied kunnen tekenen.

Daarvoor was het volgende filmpje een illustratie van hoe je dat aanpakt. Het was best ingewikkeld om te begrijpen wat het vooraanzicht is en wat het zij aanzicht is. Dus mogelijk moet je het filmpje een paar maal bekijken en de uitleg uit je boek er ook even bij pakken.


OPDRACHT:

Op een stil moment op je stage, pak een product uit de winkel en bedenk dan eens van dat product en van andere producten die jullie verkopen, hoe het bovenaanzicht of het zijaanzicht van het product eruit ziet. Zou je alle producten uit jouw winkel in het donker herkennen aan het sillouet? En als je van alle producten een soort opstelling  voor, achter en naast elkaar maakt, op een vierkant vlak bijv. de tafel, kan je daar dan ook een vooraanzicht en een bovenaanzicht van tekenen?

Daarna gingen we verder met maten.

We kregen hierbij de volgende tabel:

Voorvoegsel afkorting Betekenis
milli m 1/1000 van de eenheid
centi c 1/100 van de eenheid
deci d 1/10 van de eenheid
- 1 keer de eenheid
deca da 10 keer de eenheid
hecto h 100 keer de eenheid
kilo k 1000 keer de eenheid


En het trappetje dat je op en af loopt om tot het juiste antwoord te komen.

Met als trucje:


Een lengetemaat:          m = 1x nul  erbij/eraf,

Een oppervlaktemaat:    m2 is 2 nullen erbij/eraf en

Een inhoudsmaat:         m3 is 3 nullen erbij/eraf.

En toch blijft het lastig, hoe moet je al die maten nu opschrijven?

Mocht het trappetje voor jou niet zo lekker werken, kijk dan eens naar dit filmpje, het biedt op een andere manier een mooi hulpmiddel:


Nu hebben we alle maten in beeld en  dan gaan we rekenen.

OMTREK

Bijv. wat is de omtrek van een stuk grond/winkeloppervlakte waar ik een hek om heen wil plaatsen?

De uitleg staat ook in je boek maar hier nog even heel kort op een rijtje gezet:

De formule hiervoor is 2xb + 2xl

En de omtrek van een cirkel daar hadden we pi voor nodig.

De formule voor de omtrek van een cirkel is:  Pi x Diameter of

De formule voor de omtrek van een cirkel is: 2 x Pi x r (=straal).

Misschien hebben jullie een ronde display in de winkel staan die opnieuw met decoratiemateriaal moet worden bekleed? 

OPDRACHT:

Ga op zoek naar een display- of etaleer-item uit de winkel, maak hiervan een foto en vertel de klas wat de omtrek is van het voorwerp. Hoe lang moet een pakpapier om er helemaal om heen te gaan?


OPPERVLAKTE

Of wat is de oppervlakte van een muur die ik wil schilderen?

Misschien moet de achterwand van de etalage een nieuwe lik verf?

De formule hiervoor is: lxb

Maar dan heb je ook lastigere figuren, zoals:

Hoe bereken je de oppervlakte van een driehoek.

http://www.stimmit.nl/content/detail/Oppervlakte-driehoek


En ook de oppervlakte van een cirkel konden we berekenen:

De formule voor de oppervlakte van een cirkel is: Pi X R2

Want dat ronde displayitem heeft misschien ook een nieuwe laag verf nodig.

En na de oppervlakte gingen we naar INHOUD.

Hieronder staat een schattig filmpje van een aantal Belgische dames die net als in jullie boek iets moeten doen met referentiematen. Kijk naar het voorbeeld en dan mag je de opdrachten met referentiematen in het boek overslaan.


Het berekenen van de inhoud van een kubus of een balk doen we met de formule:

lengte x breedte x hoogte

En dan weer de vraag:

De meeteenheden hoe verhouden ze zich tot elkaar?

Want in een kubieke inhoud kan je vloeistoffen kwijt.

De plaatjes van het volgende filmpje kloppen maar deze dame verspreekt zich tijdens de uitleg van de kubieke maten in het getal dat ze gebruikt als ze praat over het omrekenen van ??? m2

Ze gaat ook alvast verder met het volgende onderwerp: GEWICHT.

We gaan berekeningen maken met gewichten. Omdat jullie in een winkel werken zijn gewichten van verpakkingen misschien nog wel het belangrijkst.

Jullie kunnen nu door de vorige onderwerpen, de voorwerpen die jullie per post versturen naar een klant perfect inpakken met het juiste maat pakpapier, maar dan moet het naar het postkantoor of andere verzendmaatschappij  en die hanteert tarieven op basis van zowel afmetingen als ook het gewicht van het pakket.

OPDRACHT:

Haal op het postkantoor of bij de verzendafdeling van jouw organisatie een folder met daarin de tarieven voor verschillende postpakketten. (of bezoek een website waar deze tarieven op vermeld staan en print dit uit).  Neem 3 verschillende artikelen uit de winkel. Bereken het pakpapier dat je nodig hebt en bereken het gewicht van een pakketje met 1,3 en 5 artikelen. Bereken daarna wat de verpakking (het karton, het vulmateriaal) etc. nog kost en ten slot het totaalgewicht en wat het tarief is dat je moet betalen. In de volgende les mogen jullie de uitkomsten bespreken in de klas.

Wat voor ons niet belangrijk is zijn de andere maten die ze noemt in het filmpje.

Maar dit overzicht van de basisschool docent Juf Moniek is een nuttig hulpmiddel om al die verschillende maten nog 1 x alles samen te vatten.


overzicht van het metriek stelsel

Ons boek gaat namelijk verder met  het onderwerp TIJD.

Hierbij verlaten we het metrieke stelsel en komen we in de 60 seconden in 60 minuten in 24 uur in 7 dagen in 52 weken, in 12 maanden en kortom: we moeten gaan rekenen met andere maten.  Lees blz. 132 van je boek nog maar eens door.

Als er nog dingen zijn waar je extra uitleg over nodig hebt, laat het me weten, dan voeg ik voor dit onderwerp nog materiaal toe aan de site. Dan kan je voor de toets alles op 1 plek terugvinden.

OPDRACHT:

Kijk naar een sportwedstrijd op de televisie of tijdens een sport die je zelf doet, waarbij deelnemers INDIVIDUEEL een tijd neerzetten.

Bijvoorbeeld een tijdrit in de Tour de France, de 1000 meter schaats/zwem etc. of een andere race. En reken voor de hele top 10 precies uit welke tijd ze hebben gereden. Bekijk de wedstrijd samen met een klasgenoot, reken individueel uit wat alle tijden zijn vergelijk dit daarna met elkaar.

Ook kijken we in ons boek nog naar TEMPERATUUR.

Hier gaan we rekenen met negatieve en positieve getallen.

En opnieuw als er nog dingen zijn waar je extra uitleg over nodig hebt, laat het me weten, dan voeg ik voor dit onderwerp nog materiaal toe aan de site.

OPDRACHT:

Schrijf een uitleg voor een klasgenoot over waarom bijv. het verschil tussen -6 en + 18 graden groter is dan het verschil tussen -18 en -6 graden. Geef de juiste antwoorden en illustreer je uitleg met een tekening/filmpje. Lever dit filmpje in.

Bovendien hebben we als meest gebruikte eenheid hier in Europa graden Celcius, maar sommige culturen rekenen met Fahrenheit of met Kelvin.


OPDRACHT:

Zoek uit hoeveel graden Celcius het is op dit moment (neem een weerkaartje of ander door jouw geraadpleegde bron over) in Los Angelos, USA en hoeveel graden Celcius dit verschilt met onze temperatuur in Nederland. Gebruik hiervoor bijv. de site van de KNMI of buienradar.


Heeft jullie winkel een koelvak en/of een vriesvak?

OPDRACHT:

Bereken dan eens hoe groot het verschil is in temperatuur, tussen het koelvak/vriesvak en bijv. de winkel, het magazijn of de personeelskamer van je organisatie.

Tot slot komen we bij het hoofdstuk waarin we gaan tekeningen bekijken, kaartlezen, plattegronden en routes doorgronden en als laatste opdracht gaan we een routebeschrijving voor iemand schrijven. We kunnen hiermee bijv. een klant naar een ander filiaal doorverwijzen. Maar deze kennis kunnen we bijvoorbeeld ook gebruiken om ons voor te stellen hoe groot een gebouw/voorwerp in werkelijkheid is, als we er een schaalmodel van hebben. En we kunnen een vergroot model (bijv. van een molocuul) laten zien aan een klant om de voordelen van een bepaald product duidelijk te maken.


Hieronder een voorbeeld van een plattegrond voor de bezoekers van een dierentuin. Niet alleen de dierenverblijven maar ook toiletten, restaurant en eerste hulp posten staan op de kaart.

OPDRACHT:

Maak nu zelf een kort filmpje/powerpoint/prezi voor op deze site, waarin je met behulp van een schaalmodel, iets uitlegt over de echte wereld. Bijvoorbeeld, een schaalmodel van de Eiffeltoren, of je tekent een kaart van de school naar jouw stageadres. Geef de juiste uitleg op papier, maar maak een fout in of de gesproken tekst of de illustraties zodat we aan deze site een filmpje met een zoek de fout opdracht kunnen toevoegen. Een ander onderwerp dan schaalmodel is in overleg met de docent ook mogelijk. Lever dit filmpje/de powerpoint /de prezi in in de week voor de bufferweek.

En dan de allerlaatste trap: de rekentoets, en op welke trede eindig jij?